donderdag 25 augustus 2016

Trumplandia



Mooi achtergrondartikel over de achterliggende redenen dat Amerikanen op Trump stemmen. Mooi in de zin dat het een indrigend beeld geeft van het stoffige, vieze Amerika. Want uiteindelijk komt de aap dan toch uit de mouw:
"Many blue-collar white men now face the same grim economic fate long endured by blacks."
Maar je had ook op Bernie Sanders kunnen stemmen. En dat blijft het geniepige van de huidige politiek-mediaconstellatie: de diabolische manier waarop de schuld van het leegbloeden van de midden- en (voormalige) arbeidersklasse niet gelegd wordt bij de eigen hebzucht en die van financiele instellingen maar in de schoenen wordt geschoven van migranten, en wanneer dit niet genoeg is kan een willekeurige andere minderheid (type bijstandsmoeder) als joker worden ingezet.

En wie er niet genoeg van krijgen: dit uitgebreide stuk in de New Yorker, waarin toch een beeld wordt geschetst van een grote groep mensen die platgewalst gaat worden in de komende demografische en technologische veranderingen. Compleet feitenvrij strijdend tegen spoken.

zaterdag 13 augustus 2016

Stranger Things: Esthetische armoede



De Netflix-serie Stranger Things heeft in korte tijd op veel aandacht mogen rekenen. Zonder al teveel voorkennis ben ik er aan begonnen en vrijwel meteen merkte ik dat er iets mis was. Drie afleveringen lang heb ik me zitten verbazen over de buitengewone intensiteit waarmee de makers alleen maar in citaten werken. Stranger Things is dan eindelijk peak retromania. Het verhaal doet er totaal niet toe, want je wordt constant afgeleid door verwijzingen naar Poltergeist, Goonies, E.T. elke Stephen King-verfilming uit de jaren tachtig (hoe de titel –vanzelfsprekend in retro-lettertypeopent naar de actie is bijvoorbeeld een omgekeerde knipoog naar de opening van The Dead Zone) en ontelbare paranoiafilms waarin obscure overheidsinstellingen zich zonder scrupules met duistere zaken bezighouden. De poster hierboven behoeft geen uitleg. Zelfs de veelgeprezen (en prettige) muziek is in wezen niets meer dan een imitatie van John Carpenter. Frederic Jameson zag dit in zijn beroemde artikel 'The Cultural Logic of Late Capitalism' (1984) aankomen:
The insensible colonization of the present by the nostalgia mode can be observed in Lawrence Kasdan’s elegant film Body Heat, a distant "affluent society" remake of James M. Cain’s Double Indemnity, set in a contemporary Florida small town a few hours’ drive from Miami. The word remake is, however, anachronistic to the degree to which our awareness of the preexistence of other versions (previous films of the novel as well as the novel itself) is now a constitutive and essential part of the film’s structure: we are now, in other words, in "intertextuality" as a deliberate, built-in feature of the aesthetic effect and as the operator of a new connotation of "pastness" and pseudohistorical depth, in which the history of aesthetic styles displaces "real" history.
In die zin is het ook teleurstellend dat we na dertig jaar nog steeds hier aan vasthouden. Stranger Things vormt eigenlijk zoiets als retro-postmodernisme. Het probleem is niet de nostalgische blik naar de jaren tachtig, maar wat je er mee doet. Halt and Catch Fire dat zich in dezelfde periode afspeelt herschrijft bijvoorbeeld op fascinerende wijze de geschiedenis van de computerindustrie. Stranger Things brengt totaal niet nieuws, elke aspect is een cliché, van verhaallijn en aankleding tot de manier waarop personages op een situatie reageren. De meest positieve interpretatie zou de serie kunnen omschrijven als conceptuele kunst: hoe ver kan men gaan met het gebruik van citaten. Het antwoord is: totdat het je als toeschouwer helemaal niets kan schelen. Er is namelijk geen verrassing mogelijk, elke plotwending is er een die je al kent. De enige manier om nog verder te gaan dan Stranger Things is door in navolging van Gus van Sant’s Psycho (1998) alle shots van een film na te bootsen. Maar helaas is Stranger Things een succes wat altijd leidt tot imitaties. Ah, imitaties van imitaties, de perfecte aankleding voor een angstcultuur die elk risico wenst uit te bannen.

zondag 31 juli 2016

The Avalanches - Wildflower: De Triomf van Sampladelia



Interessant verschijnsel: veertien jaar wachten op het vervolg van een sampladelia-klassieker, met de gebruikelijke “dit jaar komt hij echt uit” beloftes en wanneer daadwerkelijk een album verschijnt denk je in een reflex “laat maar” (dit uitgebreide artikel in The Guardian vat mooi samen wat er allemaal misging.) De op het eerste gehoor teleurstellende single ‘Frankie Sinatra’ helpt ook niet (al ben ik inmiddels op die eerste reactie teruggekomen, wat een geniepige schedelklever bleek dit tijdens twee welhaast medialoze vakantieweken te zijn.) Plagerig moet je naast de single over een drempel heen luisteren, vrees je toch dat het niets wordt, waarna zich een bijzondere trip ontvouwt die compleet uniek klinkt. Niemand klinkt als The Avalanches.

Het is verbazingwekkend hoe je een uur lang de grip verliest op de muziek die uitelkaar lijkt te vallen in allerlei impressies, een langzame vervaging waar op het einde alleen nog een oranje gloed overblijft, warm en geruststellend, en met de briljante afsluiter ‘Saturdaynightinsideout’ alles weer even richting krijgt. Gastzangers, vooraf een problematisch concept, worden moeiteloos in de geluidswereld geplaatst als lange “zelfverzonnen” samples en leiden nooit af (op zich een prestatie van formaat.) Wildflower is ook een van die platen met een geografie, denk Chill Out, Every Man and Woman Is a Star, het complete oeuvre van Boards of Canada, maar dan vager, een stoned verdwalen in plaats van een zoektocht of reis met een doel.



De instant-klassieke hoes, een visioen van een hippie Amerika is op een of andere manier totaal ontijdig maar dekt de lading van de muziek perfect. The Avalanches delen namelijk een fascinatie met een kortstondige periode in de Amerikaanse geschiedenis die ik altijd lastig vond om over te brengen (Air op Moon Safari leek enigszins op de hoogte) ook omdat het een soort mythische constructie is. Het gaat om een Amerika (met nadruk op Californië) in de jaren na de val van Nixon tot de verkiezing van Reagan aan het eind van 1979. De sixties zijn voorbij en de natie is zoekende, opgelucht dat de Vietnamoorlog tot een einde is gebracht, de Church Committee dreigt bijna de C.I.A. te breken en concludeert dat J.F.K. hoogstwaarschijnlijk door een samenzwering om het leven is gebracht, er wordt een moratorium op de doodstraf ingesteld, zwarten krijgen voorzichtig een prominentere plaats in de cultuur en dit alles wordt ingebed met de vrolijke decadentie van disco. Ik associeer het met een zorgeloos Amerika van strand, zon, jeugdige autoritten, buitenwijken. Je kunt een glimp opvangen van die wereld in Halloween en Poltergeist, toevallig films waarin de idylle bedreigd wordt. Geen onrealistische dreiging overigens, New York was in de jaren zeventig een buitengewone puinzooi en zoals Chomsky helder analyseert voerde de goedlachse president Carter een geniepig buitenlands beleid dat in wezen weinig veranderde ten opzichte van wat er aan voorafging. De idylle lijkt totaal gemedieerd, een mozaïek van televisieseries, films en muziek. Een herinnering waarvan je niet zeker weet of hij droom, film of ooit realiteit was. Wildflower (en Since I Left You) vindt zonder twijfel plaats in dit Amerika.

De futuristische retro van sampladelia lijkt grotendeels de bovenstaande idylle te delen, zie bijvoorbeeld het melancholische Californië van Endtroducing en Paul’s Boutique meer opgewekte variant. Iets moet er hebben plaatsgevonden wat ongetwijfeld een bepaalde generatie muzikanten niet loslaat en gezien de kwaliteit van albums als Wildflower hopelijk niet zal loslaten. Wat je natuurlijk doet afvragen wat nog allemaal mogelijk is met deze manier van muziek maken, welke herinneringen kunnen worden opgeroepen, parallelle werelden ontsloten? Wie maakt bijvoorbeeld een sampladelia-werk over de Mediterrane zomer in de jaren tachtig? Wie maakt een jeugd in het Oostblok tot een hoorbare idylle? Wildflower is als muzikaal werk een Grote Plaat (als die term nog iets betekent, nu al voel ik me de nietzscheaanse gek die op het plein mensen aanklampt: “Wildflower, man! Waarom hebben we het nog over iets anders?”) maar presenteert ook de herstart van de mogelijkheden van de sample als kunstvorm. Een opening naar nieuwe werelden vol complexiteit en moeilijk te herleiden emoties.

zondag 10 juli 2016

De Toekomst van Amerika



De toekomstscenario’s van Europa en Amerika verschillen niet zozeer wat betreft de mate van voorspelbaarheid, als een wel de soort voorspelbaarheid. Europa is traag en daardoor voorspelbaar. Amerika is meer in beweging maar heeft de afgelopen eeuw veel meer futuristen voortgebracht die vrij duidelijke toekomstscenario’s hebben uitgetekend. Boeken als Distraction (1998) van Bruce Sterling en Virtual Light (1993) van William Gibson zijn grotendeels al uitgekomen. In zekere zin is Amerika gebonden aan die toekomstverhalen waarin men rekening houdt met een aantal unieke structurele weeffouten van de Amerikaanse maatschappij, problemen die onafwendbaar zijn en op een of andere manier moeten worden opgelost of anders tot een gefragmenteerde maatschappij leiden. Ik denk dat de volgende drie problemen al lange tijd de toekomst bepalen:

1. The Big One. Semi-taboe, terwijl op een meer praktisch niveau men zich er kalm op heeft voorbereid. Al een paar decennia staat een grote aardbeving in California gepland die mogelijk de hele westkust van de Verenigde Staten kan treffen. Wie zich een beetje verdiept in het onderwerp komt uiteenlopende voorspellingen tegen. Een positieve inschatting stelt dat men bij de bouw van huizen de laatste jaren zoveel rekening heeft gehouden met mogelijke aardbevingen waardoor de materiële schade uiteindelijk zal meevallen. Een negatieve inschatting gaat inmiddels uit van minimaal een schok van 7.0 op de schaal van Richter. Met bijvoorbeeld de volgende gevolgen:
Overall, such a quake would cause some $200 billion in damage, 50,000 injuries and 2,000 deaths, the researchers estimated. But “it’s not so much about dying in the earthquake. It’s about being miserable after the earthquake and people giving up on Southern California,” says Jones. Everything a city relies on to function—water, electricity, sewage systems, telecommunications, roads—would be damaged and possibly not repaired for more than a year. Without functioning infrastructure, the local economy could easily collapse, and people would abandon Los Angeles.
Dit soort cijfers wordt niet geheimzinnig over gedaan, maar zelden bekijkt men de economische impact op de lange termijn, helemaal als de aardbeving uitschiet richting San Francisco en Silicon Valley, alsof het een lokaal probleem is waar de rest van het land verder geen last van zal hebben.

2. Infrastructuur. Het is al lange tijd bekend dat de huidige infrastructuur van de Verenigde Staten die grotendeels is ontstaan ten tijde van de New Deal wegens gebrek aan onderhoud langzaam uit elkaar valt. Obama heeft schoorvoetend een begin gemaakt met nieuwe investeringen in de infrastructuur, maar elke president zal voorlopig te maken krijgen met een ongewillig congres dat grote overheidsuitgaven (lees, niet militair of surveillance gericht) om ideologische redenen onverdraaglijk vindt. De verbindingen tussen steden zullen steeds meer verpauperen en het diepe Amerika zal moeilijker te bereiken raken, wat ongetwijfeld tot grotere armoede zal leiden, soms opgevangen door een romantisch gevoel van vrijheid ten opzichte van de grote stad en Washington (zie voor een sfeerimpressie de nabije toekomst-hoofdstukken in The Peripheral.) Rijke steden van het type San Francisco, Portland of Seattle zullen de eigen infrastructuur regelen en in progressieve plekken leiden tot leefbare, groene steden -in zichzelf gekeerd voor het achterland, maar open naar andere gelijkgestemde steden en het buitenland.) Kortom, de tweedeling wordt uiteindelijk onoverbrugbaar.



3. Racisme. Amerika is in zijn wezen een racistisch land. Het werd voor een belangrijk deel opgericht door slavenhouders en heeft de oorspronkelijke bewoners grotendeels uitgeroeid. Bovendien heeft het een Burgeroorlog uitgevochten die expliciet over slavernij ging en een deel van het land wist het verlies van die brute confrontatie nooit te accepteren. Als gevolg hiervan heeft de zwarte Amerikaan sindsdien moeite gekend om als volwaardig burger te worden geaccepteerd. Zelfs Franklin D. Roosevelt op zijn machtigst weifelde op het moment dat de tijd meer dan rijp was om zwarten gelijke rechten te geven. Toen men deze eenmaal in het midden van de jaren zestig wist te behalen werd vrijwel direct een subtiele tegenbeweging in werking gezet om te zorgen dat het zelfbewustzijn niet al te succesvol zou worden (de door Nixon gestarte War on Drugs die zou uitgroeien tot de gevangenisnatie-binnen-een-natie, het vermoorden van zwarte leiders.)
 
De verkiezing van Obama tot president leek op dat moment een streep onder de geschiedenis, maar het tegendeel is waar. Een deel van de Amerikanen hebben dit nooit kunnen accepteren (zie de bizarre Birther-mythe waar onder andere Donald Trump lange tijd door was geobsedeerd) en het latente racisme dat langzaam leek uit te doven is weer manifest. Naast de gevangeniseconomie, buitenproportioneel door zwarten bevolkt die makkelijk en zwaarder worden gestraft, is dit nergens meer duidelijk dan in het politiegeweld. Voor de zwarte Amerikaan is de politie een onvoorspelbaar doodseskader. Wat verbazingwekkend is dat een land waarvan de bewoners zo prat gaan op vrijheid zoveel waarde hecht aan autoriteit en deze zoveel ruimte geeft. Samen met de wapencultuur en verheerlijking van het leger maakt het Amerika tot een fascistoïde staat waar democratische processen een ritueel zijn geworden en geweld alleen maar met meer geweld kan worden beantwoord. De afgelopen dagen laten zien dat het structurele racisme een breekpunt aan het bereiken is. En zoals de aanval op het WTC hadden moeten leiden tot een herbezinning van een falend buitenlandbeleid maar werd beantwoord met excessieve agressie, zal dit nu ook gebeuren. Een klassieke burgeroorlog is moeilijk voor te stellen, maar het onderlinge wantrouwen gevoed door de paranoia dat elke gek op een dag kan besluiten om een groot aantal mensen neer te schieten zorgt voor een klimaat van angst. Een maatschappij die wordt gedreven door wantrouwen heeft geen toekomst, maar het is eerlijk gezegd ondenkbaar dat in de grip van het militair-industrieel-mediacomplex ruimte is voor collectieve herbezinning…door de blanke bevolking die geïnstitutionaliseerd racisme bewust of uit desinteresse laat voortleven.

Een kreupel Amerika lijkt kansen te bieden voor Europa, ware het niet dat de continenten teveel verweven zijn. Voorlopig zit Europa vast aan een militair bondgenootschap dat zich vooral bezighoudt met het trollen van Rusland, zonder enig voordeel voor West-Europa. En natuurlijk kan Europa definitief worden gebonden met het beruchte TTIP-handelsverdrag dat Obama, op verdachte wijze maar door de strot blijft duwen. Er zijn talloze redenen om TTIP af te wijzen, maar het grote plaatje is dat Europa gewoonweg niet in de afgrond moet worden getrokken door een rijke, corpulente klimmer met een grote bek die strompelend teveel gevaarlijke bewegingen maakt.

vrijdag 1 juli 2016

Talk Talk bij Countdown (plus bonus Ben Liebrand mix)

Aangezien YouTube de laatste jaren alles wat ooit is uitgezonden in huis lijkt te hebben was ik toch verbaasd dat Talk Talks 'Life's What You Make It' bij Countdown onvindbaar is. Die had ik graag laten zien als "voetnoot" bij het hoofdstuk over The Colour of Spring in Kritische massa. Ik had die tekst ingebed met twee optredens van de band bij het programma en 'I Believe In You' is zowaar wel aanwezig. Met bij de introductie nog even een snelle blik op onooglijke jaren tachtig spijkerbroeken en de charmante Simone Walraven. Naar verluidt het laatste televisieoptreden van Talk Talk.


En zoals dat gaat met YouTube kom je dan dingen tegen waarvan je het bestaan niet kende. Dat andere icoon van het decennium, Ben Liebrand, heeft blijkbaar ooit een extended mix van 'Life's What You Make It' gemaakt. Leuk (vooral het intro), heel erg in de toenmalige stijl.

vrijdag 24 juni 2016

De Toekomst van Europa III: Nieuwe Kansen?


“There is no future/In England’s dreaming.”

Omdat veel sympathieke Britten heel erg voor ‘remain’ waren dacht ik de laatste tijd enigszins gelaten dat dit uiteindelijk wel een prima optie was. Maar nu naar het schijnt voor een Brexit is gestemd, ben ik eigenlijk vanuit eigen perspectief wel opgelucht. En ik denk dat menig politicus die de E.U. een warm hart toedraagt, samen met mensen die een ander Europa willen, dit stiekem ook zijn. Er zijn ongetwijfeld een groot aantal haken en ogen aan het hele uittredingstraject: het duurt lang en het Britse parlement moet er over stemmen, maar wanneer het daadwerkelijk wordt doorgezet tekent zich steeds duidelijker af dat de machtspositie van Engeland—later Verenigd Koninkrijk— in Europa, vanaf 1588 in gang gezet, definitief ten einde loopt. Het Verenigd Koninkrijk zal uit elkaar vallen omdat Schotland zich zal afscheiden, wellicht gevolgd door Ulster. Maar belangrijker voor het vasteland van Europa is dat een ongewillig lid van de E.U. vrijwillig zijn macht afstaat. Je las er opvallend weinig over in de aanloop naar het referendum. Hoe het Verenigd Koninkrijk, zeker sinds de opkomst van Thatcher, altijd zat te trollen in de E.U. nooit echt mee wilde doen, veranderingen tegenhield, de meest fundamentalistische neoliberale koers is blijven doordrukken en zich in wezen als een vazalstaat van de Verenigde Staten gedraagt (militair, economisch en op het gebied van surveillance.)

Vanuit het perspectief van hoopvolle Europeanen die wel van open grenzen, economische samenwerking, vrede en welvaart voor zoveel mogelijk mensen houden kan deze “crisis” niet anders dan als een grote kans worden gezien. In die zin is dit een interessant moment om te kijken hoe vooruitziend bepaalde politici zijn en dat zal vrijwel alleen Merkel zijn (geflankeerd door Van der Bellen en misschien Renzi) die eerder de pathetische chantage van Cameron liefdevol liet stranden. Maar veel zal afhangen van Europese burgers zelf die lokaal een einde moeten maken aan neoliberaal beleid. Een gunstige uitslag van de Spaanse verkiezingen zou al een krachtig tegensignaal afgeven. En het Grote Verhaal van de E.U. moet snel veranderen en beter gebracht worden, op zichzelf al een lastige klus met nieuwsmedia die dol zijn op conflicten en problemen. Maar alweer, als je er als individu niets voor wilt doen verdien je uiteindelijk de populist van dienst.

Met pro-Europese Britten (veel jongeren) heb ik te doen, maar aan de andere kant, een prutser als Cameron twee keer tot premier verkiezen? Het kiesstelsel maar niet kunnen hervormen? Dat is vragen om problemen. Hoe moeilijk het ook is om een geloofwaardig alternatief te bieden wanneer media buitenproportioneel gevestigde belangen van dienst zijn. Ik zou zeggen maak gebruik van de overgangsperiode en verhuis naar het Europese vastenland (of Schotland.) Veel is gezegd over de vulgaire angst voor vreemdelingen die is gemobiliseerd in aanloop naar het referendum en dat is een factor, maar de onderliggende wensdroom van een Brexit is natuurlijk een die ontspuit aan retromania. Een intense nostalgie van met name oudere generaties naar een Engeland dat gelukkig niet meer bestaat. De koloniën zijn allang onafhankelijk, de Wereldoorlogen waren niet romantisch, het Engelse voetbalelftal zal nooit meer een groot toernooi winnen, de staalindustrie bestaat niet meer en zonder reggae zou de Britse muziek na 1977 totaal niets voorstellen. De toekomst is open maar zoals ik het zie zullen in Engeland niet eens zo latente tendensen manifest worden: een typische “please, sir” politiestaat, waar Londen nog meer dan nu alles naar zich toetrekt en zich ongegeneerd ontpopt als offshore-hoofdstad van de wereld. Met extra veel regen. Interessant om vanaf een afstand te bezien, maar ik zou er voor geen geld willen wonen.

zondag 19 juni 2016

Borderland - Transport: Hoge Schooltechno

Ik luister op het moment naar een zeer beperkt aantal platen: The Lexicon of Love II, Autechre’s elseq en Juan Atkins & Moritz von Oswald present Borderland – Transport. De eerste Borderland-samenwerking van een paar geleden viel wat tegen maar dit is de echte opvolger van Deep Space (1995). Titels als ‘Odyssey’ en ‘Lightyears’ sturen de muziek dan ook direct richting de sterren. The Lexicon of Love II ademt een uiterst positieve sfeer uit en Transport is de meest vriendelijke plaat die ik in lange tijd heb gehoord. Geen schaduw (of kosmische straling) te bekennen, de muziek is omgeven door een licht narcotische gloed die heel rustgevend is en waar ik persoonlijk op het moment heel erg behoefte aan heb. Met Von Oswald aan boord ben je, naast onpeilbare bassen en de beste echo's aan deze zijde van de Grand Canyon, verzekerd van minimalisme in de puurste graad, wat Borderland in eerste instantie tot Hoge Schooltechno maakt. Waarna altijd dezelfde handleiding volgt: blijven luisteren en de sublieme details komen vanzelf naar voren. Opvallend zijn overigens de tussenstukken die net als op Loveless klinken als vreemde aanzetten tot andere tracks.